Zweetwerk

 

Wat is zweetwerk?

Het speurwerk van een jachthond naar gevlucht, verwond of dood wild wordt zweetwerk genoemd. Zweet is een jagersterm voor bloed. Het zweetspoor bestaat echter niet alleen uit de geur van het bloed, het kan zelfs zijn dat er (bijvoorbeeld bij een aanrijding) geen sprake is van bloed maar dat het wild bijvoorbeeld kreupel is.  
Het zweetspoor bestaat onder andere ook uit de geur van angst, en een speciale karakteristieke geur die wild via de zweetkliertjes vrijmaakt. Daarnaast wordt door de pootafdruk van het wild de vegetatie verstoord, hier komen bacteriën uit de omgeving op af. De groei van deze bacteriën zorgt voor afbraak van plantendelen. De gassen die hierdoor ontstaan zijn voor de hond zeer goed te ruiken.

Waarom is het belangrijk?

Zweetwerk, ook wel natuur-nazoek genoemd, is -zoals genoemd- het speurwerk van een jachthond met voorjager naar aangereden of aangeschoten (grof) wild. Het in ons land levend (grof) wild is bv het edelhert, damhert, ree, moeflon, wild zwijn, vossen en dassen. Ondanks de vele maatregelen, zoals afrasteringen en oversteekplaatsen gebeurt het toch dat deze dieren worden aangereden. Niet alle dieren zijn na de aanrijding direct dood. Het gewonde dier zal dan de dekking in vluchten. Als hier niets aan wordt gedaan zal een dier, dat gewond is, zich in die begroeiing schuil houden en een langzame dood sterven. Hetzelfde kan gebeuren als een dier geschoten is, maar niet dodelijk geraakt. Een jager kan door allerlei oorzaken ‘mis’ schieten. Op zo’n moment wordt voorjager met hond ingezet, die zich heeft gespecialiseerd in het zweetwerk met als doel het aangeschoten wild op te sporen om onnodig lijden te voorkomen.

De neus van de hond

Waarom kan een hond zo goed ruiken? Honden ruiken zo goed vanwege hun anatomie en hersenen: ze hebben miljoenen extra reukcellen in hun neus en een aanzienlijk groter deel van hun hersenen is gewijd aan geurverwerking. Dit, in combinatie met een speciaal orgaan van Jacobson voor feromonen, stelt hen in staat de wereld te ‘ruiken’ op een veel gedetailleerdere manier dan mensen. Een hond kan wel 12 keer zoveel reukcellen hebben als een mens, wat resulteert in een veel sterker reukvermogen. Het deel van de hersenen dat geuren verwerkt is bij honden aanzienlijk groter (ongeveer 35% van de hersencapaciteit, vergeleken met slechts 5% bij mensen). Dit grotere reukcentrum stelt honden in staat geuren te interpreteren en te ‘begrijpen’, waardoor ze informatie kunnen halen uit geursporen.

Vers of oud spoor

Wanneer is het spoor het sterkst? De groei van de bacteriën (zowel van de vegetatie als van de dierlijke resten) neemt in de eerste uren in omvang heel sterk toe om daarna weer af te nemen, waardoor ook de geur dus eerst toeneemt en daarna weer minder wordt.

Zweetwerk en de Nova Scotia Duck Tolling Retriever

Eigenschappen waar een zweethond over moet beschikken zijn concentratie, doorzettingsvermogen en rust. En als het nodig is moet een zweethond voldoende kracht, moed en snelheid hebben om een groot dier te achtervolgen. Alhoewel zweetwerk vaak gespecialiseerd werk is, uitgevoerd door rassen als bijvoorbeeld de Hannoveranischer of Bayrischer Gebirgsschweisshund, Teckel of de Bloedhond, zijn de Retrievers zoals de Nova Scotia Duck Tolling Retriever vaak van nature zeer bruikbare en betrouwbare zweethonden. De Nova Scotia Duck Tolling Retriever’s zijn goed op te leiden tot zweethond.

Praktijk en training

Het zoeken kan zowel op het verloren zweet (bloed) als op de geur van hoefafdrukken. De zweethond krijgt een speciale brede halsband of tuig om met daaraan een lange lijn van ca. 10 meter en wordt op het wondbed gezet. Afhankelijk van de ervaring van de hond zal deze direct het zweetspoor oppakken en gaan volgen tot aan het gewonde dier of het zogenaamde “stuk”. In de training wordt een vel van hert/ree/wild zwijn gebruikt. Aan de lange lijn volgt de voorjager. Door veel te oefenen leer je als voorjager je hond te  ‘lezen’ en de verwijzingen van b.v. bloed (zweet) of pootafdruk te zien.

Natuur-nazoeken zijn echter niet zonder gevaar. Een gewond dier kan in nood rare dingen doen en heel gevaarlijk zijn voor de voorjager én de hond. Hier moet je je te allen tijde bewust van blijven. Ook moet de voorjager zich goed realiseren dat een nazoek heel lang kan duren en dat het veel van de hond (en voorjager) vraagt. Daarom is het nodig om je hond en jezelf te trainen. Het trainen voor natuur-nazoeken heeft meer positieve effecten:

  • drukke honden worden rustig op het spoor;
  • baas-hond relatie groeit;
  • onzekere honden worden zelfstandig, initiatiefrijker en zelfverzekerder;
  • doordat de hond individueel werkt is er geen belemmering door de aanwezigheid van andere honden, dus honden die nare ervaringen hebben met andere honden kunnen geweldig aan zelfvertrouwen winnen;
  • deelnemers leren hun hond beter lezen en de communicatie van de hond beter begrijpen.

Nazoekbreuk en waidmannsheil

Behalve de speciale uitdrukkingen en termen zijn er ook oude tradities aan het zweetwerk verbonden. Het overhandigen van een zogenaamde “breuk” (een gebroken groene twijg of takje) als het wild is opgespoord, bijvoorbeeld. De jager overhandigt een breuk aan de voorjager van de hond. Met dit gebaar toont de jager het belang aan van de tussenkomst van voorjager en de hond. De voorjager plaatst de breuk aan de rechter zijde van zijn pet of hoed en een kleine breuk aan de halsband van de hond. Vervolgens wenst de jager de voorjager een waidmannsheil waarop de voorjager met waidmannsdank en een handdruk antwoord.

Wat heb je er voor nodig?

  • Zweethalsband (speciale voorgevormde halsband)
  • Zweetlijn (10-12 meter lange lijn zonder lus op het einde)
  • Schouder- of rugtas voor de verdere benodigdheden
  • Eten en drinken voor de hond en voor de baas (indien het een heel lang spoor is en er gepauzeerd moet worden)
  • Goede en stevige kleding
  • Laarzen of waterdichte, stevige schoenen
  • Markeermiddelen om het spoor te markeren (zodat teruggegrepen kan worden)
  • Veiligheidsvest zodat je goed zichtbaar bent
  • Handschoenen waarmee je ook doorns en dergelijke kan vastpakken
  • Pet of hoed

Zweetspoorproeven

Ook al is het zweetwerk feitelijk werk na-het-schot, bij ORWEJA is het zweetwerk ondergebracht onder het veldwerk. In het “Algemeen Veldwerkwedstrijd Reglement/ Supplement voor dashonden, zweethonden en terriërs” vind je alles over de zweetspoorproeven. Het doel van een zweetspoorproef is het vaststellen van de mate van geschiktheid van de hond voor de nazoek op ziek grofwild.

 

Er bestaan 6 verschillende zweetspoorproeven, A t/m F, die verschillen qua lengte, verwijspunten en ouderdom van het zweetspoor. De zweetspoorproef F is het eenvoudigst van opzet,  A is het moeilijkst.

Voor de zweetspoorproeven F, E en D mogen honden ingeschreven worden die een aantekening schotvast hebben als bewijs dat de hond schotvast is. Voor de Zweet-C mag pas ingeschreven worden als de hond al de aantekening Zweet-D, Zweet-E of Zweet-F heeft, of een buitenlandse aantekening als bewijs dat deze zweetspoorproeven succesvol zijn afgelegd. Voor Zweet-B kan alleen worden ingeschreven als men een aantekening Zweet-E of Zweet-D, of een daaraan gelijkgestelde buitenlandse kwalificatie heeft. Om in te kunnen schrijven voor Zweet-A moet de hond de aantekening Zweet-D of een overeenkomstige buitenlandse kwalificatie hebben behaald.

Zweetwerkkwalificatie, gebruikshondenklasse en fokkerij

Onderschat de zweetproeven niet. Er gaat een intensieve training en opleiding aan vooraf. Maar als je dan succesvol een zweetspoorproef hebt afgelegd met een kwalificatie Goed, Zeer Goed of Uitmuntend, dan kun je via ORWEJA een gebruikshondenverklaring aanvragen. Deze gebruikshondenverklaring heb je nodig als je je hond in wilt schrijven in de gebruikshondenklasse op een hondententoonstelling. Hoewel de meningen over de hondententoonstellingen verdeeld zijn is een Uitmuntend die behaald is in de gebruikshondenklasse een teken dat je hond zowel aan de werkeisen als aan de exterieureisen van zijn ras voldoet.

Wie mag deelnemen?

De te organiseren zweetspoorproef wordt opengesteld voor onze Tollers en Ierse Waterspaniels. Om deel te mogen nemen aan een zweetspoorproef F moet de hond in het bezit zijn van de officiële aantekening schotvast (Sv), of een overeenkomstige buitenlandse aantekening.

Daarnaast is bij veldwedstrijden het gebruik van het Orweja werkboekje verplicht.

De aanvraag voor Veldwerk Organiserende Vereniging (VWOV-status) is (november 2025) de deur uit. Zodra er meer bekend is, zullen we deze informatie uiteraard delen met onze leden. De inschrijving is nog niet geopend; meer details volgen zo spoedig mogelijk.